Wat zijn de technische vereisten voor EUDI Wallet-integratie?

European passport beside a smartphone displaying a digital identity credential on a brushed steel surface with security watermark patterns.

Integreren met de EUDI-wallet vereist dat jouw organisatie een specifieke set open technische standaarden, protocollen en infrastructuurcomponenten ondersteunt die zijn vastgelegd in het Architecture and Reference Framework (ARF) van de EU. Deze vereisten gelden voor elke organisatie die wil optreden als relying party, dat wil zeggen elke dienst die attestaties uit de wallet van een gebruiker opvraagt en verifieert. Dit artikel behandelt de belangrijkste technische vragen die jouw team moet beantwoorden voordat je begint met integratiewerkzaamheden.

Op welke technische standaarden is de EUDI-wallet gebaseerd?

De EUDI-wallet is gebouwd op een combinatie van open internationale standaarden voor digitale attestaties, cryptografische beveiliging en gegevensuitwisseling. De kernstandaarden zijn afkomstig van organisaties zoals ISO, de IETF en de OpenID Foundation, en zijn geselecteerd om interoperabiliteit te garanderen tussen alle EU-lidstaten en sectoren.

De twee primaire attestatieformaten die worden ondersteund zijn mdoc, gebaseerd op ISO/IEC 18013-5 voor proximity-presentatie en ISO/IEC TS 18013-7 voor online presentatie, en SD-JWT VC. Dit zijn de formaten die het ARF voorschrijft. Beide worden ondersteund, en verschillende use cases kunnen op het een of het ander steunen.

Op cryptografisch vlak steunt de wallet op standaarden voor sleutelbeheer, digitale handtekeningen en certificaatinfrastructuur die aansluiten bij de vereisten van Verordening (EU) 2024/1183, waarmee eIDAS 2.0 Verordening (EU) 910/2014 wijzigt. Dit betekent dat vertrouwen is verankerd in nationale trusted lists, samengebracht in de EU List of Trusted Lists (LOTL) volgens ETSI TS 119 612, en niet in propriëtaire systemen. Organisaties die integreren met de wallet moeten deze standaarden beschouwen als niet-onderhandelbare basisvereisten.

Welke protocollen zijn vereist voor de uitwisseling van EUDI-wallet-attestaties?

De uitwisseling van attestaties tussen een wallet en een relying party maakt gebruik van twee hoofdprotocollen: OID4VP voor het presenteren van attestaties, en OID4VCI voor het uitgeven van attestaties aan een wallet. Beide zijn IETF-specificaties en zijn in het ARF aangewezen als de standaard communicatielaag. Het High Assurance Interoperability Profile (HAIP) specificeert hoe deze protocollen binnen de EUDI-wallet-context moeten worden toegepast.

Voor proximity use cases, waarbij een gebruiker attestaties fysiek presenteert, wordt het ISO 18013-5-protocol via NFC of BLE gebruikt. Voor online scenario’s verwerkt OID4VP de aanvraag- en responsstroom tussen jouw dienst en de wallet instance van de gebruiker.

Deze protocollen bepalen hoe jouw dienst een presentatieverzoek verzendt, hoe de wallet reageert met de juiste attestatie, en hoe jouw systeem het cryptografisch bewijs verifieert. Ondersteuning hiervan vereist dat jouw backend de relevante endpoints implementeert en ondertekende responses correct verwerkt. Organisaties die al werken met OAuth 2.0 of OpenID Connect zullen de patronen herkennen, hoewel de attestatie-specifieke uitbreidingen een zorgvuldige implementatie vereisen.

Welke infrastructuur heeft een organisatie nodig om relying party te worden?

Om relying party te worden binnen het EUDI-wallet-ecosysteem moet jouw organisatie zich registreren bij de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat van vestiging onder CIR (EU) 2025/848 van 6 mei 2025, een technische integratielaag implementeren die OID4VP ondersteunt, en in staat zijn om cryptografische bewijzen van wallet-uitgegeven attestaties correct te verifiëren. Dit vereist een doelbewuste investering in infrastructuur.

De belangrijkste infrastructuurcomponenten die je moet implementeren zijn:

  • Registratie als relying party: Onder CIR (EU) 2025/848 moet jouw organisatie worden geregistreerd bij de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat van vestiging voordat walletdata kan worden opgevraagd. Per intended use registreer je welke attributen en attestaties worden opgevraagd. Een verzoek buiten deze geregistreerde scope kan door de wallet worden geweigerd.
  • OID4VP-endpoint: Een backendservice die in staat is presentatieverzoeken te genereren en ondertekende attestatie-responses van wallets te verwerken.
  • Certificaat- en sleutelbeheer: Jouw dienst heeft eigen cryptografische sleutels en certificaten nodig die zijn uitgegeven onder het eIDAS-vertrouwenskader om zich te authenticeren bij wallets.
  • Attestatie-verificatielogica: Software die mdoc- en SD-JWT VC-formaten kan verwerken en drie afzonderlijke controles uitvoert: verificatie van de handtekening van de uitgever tegen de relevante nationale trusted list, controle van de intrekkingsstatus via statusinformatie van de uitgever, en verificatie van de wallet unit attestation waarmee wordt vastgesteld dat de presenterende wallet op een gecertificeerde wallet solution draait.
  • Audit- en loginfrastructuur: Registraties van attestatie-verificatiegebeurtenissen, vereist voor compliance- en gegevensbeschermingsdoeleinden.

De eerste vier Large Scale Pilots liepen van april 2023 tot 2025 en zijn afgerond. Ze genereerden praktische feedback over precies deze vereisten, en hun bevindingen zijn verwerkt in het ARF. Organisaties in de financiële dienstverlening en de overheid behoorden tot de meest actieve deelnemers, wat betekent dat sectorspecifieke richtlijnen steeds meer beschikbaar komen.

Hoe beïnvloedt het vertrouwensmodel van de EUDI-wallet de systeemintegratie?

De EUDI-wallet maakt gebruik van een gefedereerd vertrouwensmodel waarbij vertrouwen wordt vastgesteld via nationale trusted lists, samengebracht in de EU List of Trusted Lists (LOTL) volgens ETSI TS 119 612. Dit betekent dat jouw integratie niet zomaar elke aangeboden attestatie kan vertrouwen: jouw systeem moet verifiëren dat de uitgever is opgenomen in een erkende trusted list en dat de cryptografische keten intact is.

In de praktijk heeft dit op verschillende belangrijke manieren invloed op de integratie. Ten eerste moet jouw verificatielogica actief trusted lists raadplegen op het moment van verificatie, of een regelmatig bijgewerkte lokale kopie bijhouden. Alleen de handtekeningcontrole zelf kan volledig offline plaatsvinden; de intrekkingscontrole en de validatie van de wallet unit attestation vereisen contact met externe bronnen. Ten tweede voert de wallet zelf een symmetrische controle uit: de wallet presenteert alleen attestaties aan relying parties die zijn geregistreerd en erkend. Als jouw organisatie niet correct is geregistreerd onder CIR (EU) 2025/848, weigert de wallet de transactie.

Dit model is robuuster dan traditionele identiteitsfederatie, maar het betekent ook dat het actueel houden van jouw registratie en certificaten een operationele verantwoordelijkheid is, geen eenmalige installatietaak. Organisaties die gewend zijn PKI-infrastructuur te beheren, zullen de vereiste discipline herkennen. Houd het register van wallet-relying parties en de trusted lists conceptueel gescheiden: het zijn verschillende voorzieningen met verschillende functies.

Wat zijn de datamodel- en schemavereisten voor EUDI-wallet-attestaties?

Attestaties die via de EUDI-wallet worden uitgewisseld, moeten voldoen aan gedefinieerde dataschema’s die aangeven welke attributen aanwezig zijn, welk formaat ze hebben en hoe ze worden benoemd. Deze schema’s worden per use case gedefinieerd. De Person Identification Data (PID)-attestatie heeft een gestandaardiseerd schema dat alle lidstaten moeten volgen, en valt in de categorie van gekwalificeerde elektronische attestaties van attributen (QEAA) of PuB-EAA, afhankelijk van de uitgever.

Voor de PID-attestatie omvatten attributen naam, geboortedatum, nationaliteit en een unieke identificator, gestructureerd volgens het mdoc- of SD-JWT VC-datamodel. Voor andere attestatietypen, zoals diploma’s, gezondheidsgegevens of beroepskwalificaties, worden schema’s ontwikkeld via de pilots en het ARF-proces. Erkenning van beroepskwalificaties volgt juridisch uit Richtlijn 2005/36/EG; de wallet kan de gegevens dragen, maar vormt niet zelf de juridische erkenningsgrondslag.

Wanneer jouw organisatie specifieke attributen opvraagt bij een wallet, moet je deze opvragen met de exacte attribuutnamen die zijn gedefinieerd in het relevante schema, en uitsluitend binnen de scope die je bij registratie hebt opgegeven. Selective disclosure is ingebouwd in het attestatieformaat: gebruikers kunnen alleen de attributen delen die je opvraagt, en je kunt alleen opvragen wat je een legitieme behoefte voor hebt. Dit ontwerp dwingt dataminimalisatie op protocolniveau af, wat de naleving van de AVG ondersteunt.

Welke beveiligings- en privacyvereisten gelden voor EUDI-wallet-integraties?

EUDI-wallet-integraties moeten voldoen aan beveiligings- en privacyvereisten die zijn afgeleid van zowel Verordening (EU) 2024/1183 als de AVG. Deze vereisten hebben betrekking op hoe attestaties worden geverifieerd, hoe gegevens worden opgeslagen na verificatie, en hoe gebruikers worden geïnformeerd over welke gegevens worden opgevraagd en waarom.

De belangrijkste beveiligings- en privacyverplichtingen voor relying parties zijn:

  1. Doelbinding: Je mag alleen attributen opvragen die strikt noodzakelijk zijn voor de specifieke dienst die je levert. Het opvragen van meer gegevens dan nodig is een nalevingsovertreding onder zowel de verordening als de AVG.
  2. Cryptografische verificatie: Elke attestatie-response moet worden geverifieerd via drie afzonderlijke controles: de handtekening van de uitgever tegen de relevante nationale trusted list, de intrekkingsstatus via statusinformatie van de uitgever, en de wallet unit attestation om vast te stellen dat de presenterende wallet op een gecertificeerde wallet solution draait.
  3. Onkoppelbaarheid: Waar technisch mogelijk moet jouw integratie het aanmaken van persistente identificatoren vermijden die het volgen van gebruikers over sessies of diensten heen mogelijk maken. Koppel een klantrecord niet aan een wallet unit-identifier.
  4. Transparante presentatieverzoeken: De wallet toont jouw verzoek aan de gebruiker voordat deze goedkeuring geeft. Jouw verzoek moet jouw organisatie en het doel van het gegevensverzoek duidelijk identificeren.
  5. Bewaartermijnen voor gegevens: Geverifieerde attribuutgegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het opgegeven doel, in overeenstemming met jouw gegevensbeschermingsverplichtingen.

Een belangrijk onderscheid: de goedkeuring die een gebruiker in de wallet geeft voor het delen van gegevens, is niet automatisch toestemming als rechtsgrond onder artikel 6, lid 1, onder a, AVG. Als relying party heb je een zelfstandige AVG-grondslag nodig voor de verwerking van de ontvangen gegevens. Bij wettelijke identificatieverplichtingen kan een wettelijke verplichting als grondslag relevant zijn. Voor gezondheidsgegevens moet daarnaast een toepasselijke grond uit artikel 9, lid 2, AVG bestaan. Organisaties in de gezondheidszorg en de financiële sector zullen bijzondere aandacht moeten besteden aan doelbinding en bewaartermijnen. Jouw integratiebenadering vroeg in het project toetsen aan deze vereisten bespaart later aanzienlijk herwerk.

Hoe TrustTech helpt bij EUDI-wallet-integratie

De ID Connector van TrustTech is een integratie waarmee relying parties elke gecertificeerde Europese wallet accepteren, ongeacht de lidstaat van uitgifte, voor identificatie, login en gekwalificeerd tekenen. Acceptatie van de EUDI-wallet staat voorop; via dezelfde koppeling lopen ook andere identiteitsmiddelen, zoals nationale eID’s, bank-ID’s en identiteitsdocumenten, binnen en buiten de EU.

De ID Connector ondersteunt de technische taken die in dit artikel zijn beschreven:

  • Verificatie van handtekeningen van uitgevers tegen de relevante nationale trusted lists en de EU List of Trusted Lists
  • Controle van de intrekkingsstatus via statusinformatie van de uitgever
  • Validatie van de wallet unit attestation om vast te stellen dat de presenterende wallet op een gecertificeerde wallet solution draait
  • Bewaking van de geregistreerde attributenscope zodat verzoeken binnen de grenzen van jouw CIR (EU) 2025/848-registratie blijven
  • Verwerking van zowel mdoc- als SD-JWT VC-attestatieformaten via OID4VP
  • Ondersteuning van gekwalificeerd tekenen via een aangesloten qualified trust service provider

De ID Connector is relevant voor organisaties in financiële dienstverlening, gezondheidszorg, farma en overheid, waar attestaties van hoge betrouwbaarheid en correcte verificatie een directe operationele vereiste zijn. Verken onze digitale identiteitsoplossingen of neem contact op met ons team om te bespreken hoe de ID Connector aansluit op jouw specifieke situatie.