De EUDI-wallet kan jouw fysieke paspoort of nationale identiteitskaart nog niet in alle situaties volledig vervangen, maar is ontworpen om te functioneren als een juridisch erkend digitaal equivalent voor een groeiend aantal identiteitsgebruikssituaties binnen de EU. Op grond van Verordening (EU) 2024/1183, ook wel aangeduid als eIDAS 2.0, die Verordening (EU) 910/2014 wijzigt, zijn alle EU-lidstaten verplicht om burgers, inwoners en bedrijven vóór 24 december 2026 een gecertificeerde EUDI-wallet aan te bieden. De onderstaande secties leggen uit wat de wallet vandaag wel en niet kan vervangen, hoe verificatie in de praktijk werkt en welke verplichtingen voor relying parties gelden.
Welke documenten kan de EUDI-wallet daadwerkelijk vervangen?
De EUDI-wallet is ontworpen om een breed scala aan officiële attestaties digitaal op te slaan en te presenteren, waaronder nationale identiteitsgegevens, rijbewijzen, reisdocumenten, onderwijskwalificaties en zorgpassen. Het toepassingsgebied is breed en breidt zich verder uit naarmate uitvoeringshandelingen worden vastgesteld en nationale uitvoering vordert.
Op basis van de grootschalige pilots die tussen april 2023 en 2025 in EU-lidstaten zijn uitgevoerd en inmiddels zijn afgerond, werden de volgende documenten en attestaties getest binnen de wallet:
- Nationale identiteitsgegevens voor toegang tot overheidsdiensten en het online verifiëren van identiteit
- Mobiel rijbewijs voor zowel online als fysieke interacties, zoals controles langs de weg, getest via POTENTIAL
- Reisdocumenten zoals paspoortgegevens en visa voor gebruik bij luchthavenbeveiligings- en douanecontroles, getest in het kader van de EWC-pilot
- Europese ziekteverzekeringskaart en socialezekerheidsinformatie, getest via DC4EU
- Onderwijsattestaties waaronder diploma’s, graden en certificaten, eveneens via DC4EU
- E-recepten voor gebruik bij apotheken, getest via POTENTIAL
- Organisatie-identiteitsgegevens waarmee je aantoont dat je een legitiem bedrijf vertegenwoordigt, getest via EWC
De wallet introduceert een digitale laag die naast bestaande documenten werkt en in veel gevallen de noodzaak om ze mee te nemen wegneemt. Voor organisaties in sectoren zoals financiële dienstverlening of de gezondheidszorg heeft deze verschuiving aanzienlijke gevolgen voor de manier waarop identiteitsverificatie wordt afgehandeld bij onboarding, compliance en klantinteracties.
Hoe werkt de EUDI-wallet voor grensoverschrijdende identiteitsverificatie?
De EUDI-wallet maakt grensoverschrijdende identiteitsverificatie mogelijk door digitaal ondertekende attestaties op te slaan die zijn uitgegeven door vertrouwde nationale autoriteiten en worden erkend in alle EU-lidstaten. Wanneer je jouw wallet-attestaties in een ander land presenteert, kan de ontvangende relying party de authenticiteit ervan verifiëren via drie afzonderlijke controles.
Ten eerste wordt de handtekening van de uitgever geverifieerd tegen de relevante nationale trusted list, gepubliceerd conform ETSI TS 119 612 en samengebracht in de EU List of Trusted Lists. Ten tweede controleert de relying party de intrekkingsstatus via statusinformatie van de uitgever. Ten derde verifieert de relying party de wallet unit attestation, waarmee wordt vastgesteld dat de presenterende wallet instance draait op een gecertificeerde wallet solution. Alleen de eerste controle kan volledig offline plaatsvinden. Een volledige verificatie vereist daarom verbinding met externe bronnen.
Dit vertrouwenskader is gebouwd op Verordening (EU) 2024/1183, die gemeenschappelijke normen definieert voor de manier waarop attestaties worden uitgegeven, opgeslagen en gepresenteerd. Elke attestatie draagt een digitale handtekening van een gekwalificeerde of erkende vertrouwensdienstverlener, waardoor wijzigingen detecteerbaar zijn en de attestatie herleidbaar is naar een geverifieerde bron.
In de praktijk betekent dit dat een Nederlandse burger de EUDI-wallet kan gebruiken om een bankrekening te openen in Spanje, toegang te krijgen tot gezondheidszorg in Duitsland of kwalificaties aan te tonen bij een werkgever in Frankrijk, zonder fysieke documenten te overhandigen of langdurige handmatige verificatieprocessen te doorlopen. De grootschalige pilots die liepen in 26 EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Oekraïne, hebben precies deze grensoverschrijdende scenario’s getest en praktijkgegevens opgeleverd voor de verdere technische uitwerking.
Wordt de EUDI-wallet juridisch geaccepteerd als identiteitsbewijs?
Ja, binnen de daarvoor geldende kaders. Onder Verordening (EU) 2024/1183 dragen attestaties die zijn opgeslagen in een gecertificeerde EUDI-wallet het hoogste betrouwbaarheidsniveau en zijn ze juridisch gelijkwaardig aan hun fysieke tegenhangers voor de doeleinden van digitale identiteitsverificatie binnen de EU. Publieke instanties zijn verplicht genotificeerde wallet-gebaseerde attestaties te accepteren voor onlinediensten waarvoor elektronische identificatie vereist is, vanaf 24 december 2026. Voor gereguleerde private partijen geldt artikel 5f van de verordening: de acceptatieplicht gaat in op 24 december 2027, binnen de context waarin sterke gebruikersauthenticatie wettelijk of contractueel vereist is.
Juridische acceptatie is afhankelijk van een aantal belangrijke voorwaarden. De wallet solution moet gecertificeerd zijn door de relevante nationale autoriteit, en de attestaties daarin moeten zijn uitgegeven door een gekwalificeerde of erkende uitgever. Niet elke dienst of context zal de wallet onmiddellijk accepteren, met name in de vroege fasen van de uitrol. Bovendien moeten relying parties zich op grond van CIR (EU) 2025/848 van 6 mei 2025 registreren bij de bevoegde nationale autoriteit van hun lidstaat van vestiging voordat zij walletdata kunnen opvragen. Daarbij registreren zij per intended use welke attributen en attestaties worden opgevraagd. Een verzoek buiten de geregistreerde scope kan door de wallet worden geweigerd.
Juridische acceptatie voor fysieke, persoonlijke situaties zoals grensovergangen of politiecontroles wordt nog uitgewerkt op zowel EU- als nationaal niveau. De wallet is in de eerste plaats ontworpen voor digitale interacties, waarbij fysieke gebruikssituaties volgen naarmate infrastructuur en wetgeving zich verder ontwikkelen. Organisaties die willen begrijpen hoe dit hun complianceverplichtingen beïnvloedt, kunnen relevante identiteitsoplossingen verkennen die aansluiten bij de eIDAS 2.0-vereisten.
Kun je de EUDI-wallet gebruiken om binnen de EU te reizen?
De EUDI-wallet wordt ontwikkeld om reizen binnen de EU te ondersteunen door digitale reisattestaties op te slaan die zijn afgeleid van jouw paspoort of nationale identiteitskaart. Het EWC-pilotconsortium heeft zich specifiek gericht op het testen van Digital Travel Credentials in lidstaten, inclusief gebruikssituaties bij luchthavenbeveiligings- en douanecontroles. Deze pilot is inmiddels afgerond en heeft praktijkgegevens opgeleverd voor verdere standaardisatie.
In praktische termen betekent dit dat reizigers de wallet uiteindelijk kunnen presenteren bij luchthavencontroles, wat zorgt voor snellere verwerking. De onderliggende gegevens zijn afkomstig van het officiële reisdocument, maar worden gepresenteerd in een geverifieerd digitaal formaat dat grensautoriteiten elektronisch kunnen controleren.
Gebruik bij grens- of luchthavencontrole is echter nog geen operationele functionaliteit. Volledige inzet vereist afstemming tussen nationale grensautoriteiten, luchtvaarttoezichthouders en EU-normen. Reizigers dienen voorlopig nog steeds hun fysieke paspoort of nationale identiteitskaart mee te nemen. De verwachting is dat digitale reisattestaties een bruikbaar alternatief zullen worden naarmate de infrastructuur de komende jaren verder rijpt.
Wat zijn de beveiligings- en privacyverschillen tussen een digitaal en fysiek identiteitsbewijs?
Een digitale identiteitswallet zoals de EUDI-wallet biedt verschillende beveiligings- en privacyvoordelen ten opzichte van een fysieke identiteitskaart of paspoort, maar introduceert ook een andere reeks risico’s die zorgvuldig beheerd moeten worden.
Op het gebied van privacy is de EUDI-wallet gebouwd op het principe van selective disclosure. Dit betekent dat je alleen het specifieke gegeven kunt delen dat een dienst daadwerkelijk nodig heeft, zonder alles op jouw document te onthullen. Om te bewijzen dat je ouder bent dan 18, kun je dat feit bevestigen via selective disclosure van het attribuut “ouder dan 18”, zonder jouw exacte geboortedatum, adres of andere persoonsgegevens te delen. Een fysieke identiteitskaart biedt dit soort controle niet. Walletgebruik is bovendien vrijwillig: artikel 5a van Verordening (EU) 2024/1183 beschermt gebruikers tegen benadeling wanneer zij geen wallet gebruiken.
Het is daarbij van belang onderscheid te maken tussen de goedkeuring van een dataverzoek in de wallet en toestemming als rechtsgrond onder artikel 6, lid 1, onder a, AVG. Bij iedere presentatie keurt de gebruiker het verzoek afzonderlijk goed in de wallet. Die goedkeuring is niet automatisch een geldige AVG-grondslag. Een relying party heeft een zelfstandige verwerkingsgrondslag nodig. Bij wettelijke KYC-verplichtingen kan een wettelijke verplichting als grondslag relevant zijn. Voor gezondheidsgegevens moet daarnaast een toepasselijke grond uit artikel 9, lid 2, AVG bestaan.
Vanuit beveiligingsperspectief zijn digitale attestaties in de wallet cryptografisch ondertekend, waardoor wijzigingen detecteerbaar zijn. Privésleutels van de PID en attestaties kunnen het beveiligde middel niet verlaten. Bij een nieuw toestel worden attestaties opnieuw uitgegeven in plaats van gekopieerd. Een wallet instance op jouw telefoon kan worden beschermd met biometrie, een pincode en mogelijkheden voor op afstand vergrendelen of wissen.
Digitale identiteitssystemen introduceren hun eigen risico’s, waaronder apparaatcompromittering en phishing. De EUDI-wallet-architectuur pakt veel van deze problemen aan via gecertificeerde beveiligingsnormen, maar geen enkel systeem is risicovrij. De digitale aanpak verschuift de aard van het risico. Voor sectoren zoals gezondheidszorg of overheid, waar gegevensgevoeligheid hoog is, is dit onderscheid van grote praktische betekenis.
Wanneer zal de EUDI-wallet breed beschikbaar en bruikbaar zijn?
Onder Verordening (EU) 2024/1183 zijn EU-lidstaten verplicht om uiterlijk op 24 december 2026 een gecertificeerde EUDI-wallet beschikbaar te stellen aan alle burgers, inwoners en bedrijven. Vanaf diezelfde datum moeten publieke instanties genotificeerde wallets accepteren als identificatiemiddel voor onlinediensten waarvoor elektronische identificatie vereist is. Voor gereguleerde private partijen in sectoren zoals banken en financiële dienstverlening, zorg, telecom, energie, transport, onderwijs, sociale zekerheid, drinkwater, post, digitale infrastructuur en digitale diensten geldt de acceptatieplicht onder artikel 5f binnen de context van verplichte sterke gebruikersauthenticatie vanaf 24 december 2027. Voor zeer grote onlineplatforms met meer dan 45 miljoen gebruikers in de EU geldt een afzonderlijke bepaling van artikel 5f: de verplichting geldt daar waar het platform gebruikersauthenticatie vereist, op vrijwillig verzoek van de gebruiker en voor de minimaal noodzakelijke gegevens. Micro- en kleine ondernemingen, gedefinieerd als organisaties met minder dan 50 medewerkers en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal 10 miljoen euro, zijn van de private acceptatieplicht uitgezonderd.
In de praktijk zijn beschikbaarheid en bruikbaarheid twee verschillende dingen. Wallets worden uitgegeven door nationale autoriteiten, maar het scala aan diensten en contexten waar ze worden geaccepteerd, zal geleidelijk groeien. De vier grootschalige pilotprojecten die in april 2023 zijn gestart en in 2025 zijn afgerond, hebben aanzienlijke praktijkgegevens gegenereerd om de inzet te begeleiden. Hun bevindingen worden gebruikt om beveiliging, interoperabiliteit en gebruikerservaring in lidstaten te verfijnen. Een tweede pilotgolf, waaronder WE BUILD en APTITUDE, is in 2025 gestart.
De mate van voortgang verschilt per lidstaat. Controleer actuele informatie over nationale walletimplementaties vlak voor publicatie, want de stand van zaken verandert snel. Organisaties die afhankelijk zijn van identiteitsverificatie, zoals banken, verzekeraars en aanbieders van openbare diensten, dienen hun systemen nu actief voor te bereiden. Dit omvat onder meer registratie als relying party op grond van CIR (EU) 2025/848, het bepalen van de benodigde attributenscope per dienst en het inrichten van verificatieprocessen die rekening houden met nationale trusted lists, intrekkingsstatus en wallet unit attestation.
Wijdverbreide, naadloze bruikbaarheid in alle sectoren en over grenzen heen heeft nog een aantal jaren nodig om volledig te rijpen. De juridische basis is gelegd met de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2024/1183 op 20 mei 2024, de technische normen worden afgerond en de richting is duidelijk. Organisaties die hun infrastructuur en compliancekaders nu inrichten, zijn aanzienlijk beter gepositioneerd wanneer de deadlines ingaan.
Hoe de ID Connector van TrustTech je voorbereidt op de EUDI-wallet
De ID Connector van TrustTech is een integratie waarmee relying parties elke gecertificeerde Europese wallet accepteren, ongeacht de lidstaat van uitgifte, voor identificatie, login en gekwalificeerd tekenen. Acceptatie van de EUDI-wallet staat voorop; via dezelfde koppeling lopen ook andere identiteitsmiddelen, zoals nationale eID’s, bank-ID’s en identiteitsdocumenten, binnen en buiten de EU.
Concreet ondersteunt de ID Connector:
- Verificatie tegen trusted lists: automatische controle van uitgevershandtekeningen tegen nationale trusted lists conform ETSI TS 119 612 en de EU List of Trusted Lists
- Controle van intrekkingsstatus: opvragen van actuele statusinformatie van de uitgever bij elke presentatie
- Validatie van de wallet unit attestation: vaststellen dat de presenterende wallet instance draait op een gecertificeerde wallet solution
- Bewaking van de geregistreerde attributenscope: verzoeken worden getoetst aan de per intended use geregistreerde attributen en attestaties, conform de registratie onder CIR (EU) 2025/848
- Hergebruik van geverifieerde identiteitsdata: ondersteuning van gestroomlijnde onboarding op basis van eerder geverifieerde gegevens, binnen de geldende AVG-grondslagen
- Gekwalificeerd tekenen via een aangesloten QTSP: de ID Connector maakt het mogelijk om via een aangesloten qualified trust service provider een gekwalificeerde elektronische handtekening tot stand te brengen
De ID Connector is relevant voor organisaties in financial services, healthcare, pharma en government, waar identiteitsvereisten complex zijn en de deadlines van 24 december 2026 en 24 december 2027 directe operationele gevolgen hebben. Als jouw organisatie klaar is om de volgende stap te zetten naar EUDI-wallet-gereedheid, neem dan contact op met TrustTech om te bespreken wat de ID Connector concreet voor jouw integratie kan betekenen.