Hoe maakt de EUDI Wallet op toestemming gebaseerd delen van gegevens mogelijk?

Hand holding a smartphone displaying a digital ID card beside a physical key on a desk in a modern European government office.

De EUDI-wallet maakt toestemmingsgebaseerd gegevens delen mogelijk doordat gebruikers zelf bepalen welke persoonsgegevens ze delen, met wie, en op welk moment. Voordat er informatie de wallet verlaat, moet de gebruiker het verzoek actief goedkeuren op zijn apparaat. Dit geldt voor elke interactie, of het nu gaat om het openen van een bankrekening, het afnemen van een overheidsdienst of het online aantonen van leeftijd. De onderstaande secties leggen precies uit hoe dit in de praktijk werkt, wat het juridisch inhoudt en wat het betekent voor organisaties die als relying party willen functioneren.

Welke gegevens kunnen gebruikers daadwerkelijk delen via de EUDI-wallet?

Gebruikers kunnen geverifieerde persoonsgegevens en digitale attestaties delen via de EUDI-wallet, waaronder identiteitsattributen zoals naam, geboortedatum en nationaliteit, evenals officiële attestaties zoals rijbewijzen, diploma’s, zorgpassen en reisdocumenten. De wallet fungeert als één beveiligde omgeving voor zowel het Person Identification Data (PID) als aanvullende attestaties van gekwalificeerde of niet-gekwalificeerde uitgevers.

De soorten gegevens die in de wallet zijn opgeslagen en deelbaar zijn, omvatten:

  • Persoonlijke identiteitsattributen (naam, adres, nationaliteit, geboortedatum)
  • Door de overheid uitgegeven attestaties (paspoortgegevens, rijbewijs, verblijfsvergunning)
  • Academische en professionele attestaties (diploma’s, certificaten)
  • Gezondheidszorginformatie (Europese ziekteverzekeringskaart, e-recepten)
  • Financiële attestaties (voor het openen van een rekening of sterke klantauthenticatie)
  • Betaalmiddelen en vervoerspassen

Niet al deze gegevens hoeven in elke situatie te worden gedeeld. De wallet is zo ontworpen dat gebruikers alleen de specifieke attributen kunnen vrijgeven die relevant zijn voor een bepaald verzoek, in plaats van een volledig document over te dragen. Dit principe, selective disclosure, is een fundamentele verschuiving ten opzichte van hoe identiteitsverificatie vandaag de dag werkt, waarbij het tonen van een paspoort doorgaans veel meer onthult dan daadwerkelijk nodig is.

Hoe handhaaft de EUDI-wallet gebruikerstoestemming vóór het delen van gegevens?

De EUDI-wallet handhaaft gebruikerstoestemming via een expliciete goedkeuringsstap die plaatsvindt elke keer dat een relying party toegang vraagt tot persoonsgegevens. Er worden geen gegevens verzonden zonder dat de gebruiker het verzoek actief bevestigt op zijn apparaat. Dit mechanisme is ingebouwd in de architectuur van de wallet solution en kan niet worden omzeild door de verzoekende organisatie.

Wanneer een relying party een gegevensverzoek verstuurt, toont de wallet een duidelijk overzicht van precies welke attributen worden gevraagd en welke organisatie het verzoek indient. De gebruiker beslist vervolgens of hij het verzoek wil goedkeuren, afwijzen of beperken. Dit proces vindt in realtime plaats en wordt volledig door de gebruiker gestuurd.

Belangrijk is het onderscheid tussen goedkeuring in de wallet en toestemming als rechtsgrond onder artikel 6, lid 1, onder a, van de AVG. Goedkeuring in de wallet is een functionele handeling waarmee de gebruiker gegevens vrijgeeft. De relying party heeft daarnaast een zelfstandige AVG-grondslag nodig voor de verwerking van die gegevens. Bij wettelijke identificatieverplichtingen, zoals KYC in de financiële sector, is dat doorgaans een wettelijke verplichting en niet toestemming. Voor gezondheidsgegevens moet bovendien een toepasselijke grond uit artikel 9, lid 2, AVG bestaan.

De wallet biedt gebruikers ook een transactieoverzicht waarmee zij kunnen zien welke organisaties welke attributen hebben ontvangen. Dit is een functionaliteit voor de gebruiker, geen loggingvoorziening voor de relying party of de wallet provider.

Wat is selective disclosure en hoe werkt het in de EUDI-wallet?

Selective disclosure is de mogelijkheid om alleen specifieke attributen uit een attestatie te delen, in plaats van het volledige document of de volledige dataset. In de EUDI-wallet betekent dit dat een gebruiker kan aantonen dat hij ouder is dan 18 zonder zijn exacte geboortedatum te onthullen, of zijn nationaliteit kan bevestigen zonder zijn thuisadres vrij te geven. Alleen de minimaal vereiste informatie wordt vrijgegeven.

Technisch werkt dit via de credentialformaten die binnen het EUDI-wallet-ecosysteem worden gebruikt: mdoc (conform ISO/IEC 18013-5 voor proximity-presentatie en ISO/IEC TS 18013-7 voor online presentatie) en SD-JWT VC. Beide formaten ondersteunen selective disclosure op attribuutniveau. De wallet maakt gebruik van cryptografische technieken om ervoor te zorgen dat een selectief vrijgegeven attribuut nog steeds verifieerbaar en betrouwbaar is, ook al blijft de rest van de attestatie verborgen.

Een praktisch voorbeeld maakt dit concreet. Stel je voor dat je kaartjes boekt voor een leeftijdsgebonden evenement. In plaats van je volledige identiteitskaart te tonen, presenteert de wallet één geverifieerde verklaring: “Deze persoon is 18 jaar of ouder.” De evenementenorganisator ontvangt een cryptografisch verifieerbare bevestiging, en verder niets. Naam, adres en exacte geboortedatum blijven privé.

Selective disclosure is een van de meest privacybeschermende eigenschappen van de EUDI-wallet en sluit aan op het principe van gegevensminimalisatie dat is verankerd in Verordening (EU) 2024/1183. Het vermindert ook het risico op onnodige profilering, omdat relying parties alleen ontvangen wat ze daadwerkelijk nodig hebben voor hun opgegeven doel.

Wie kan gegevens opvragen uit de EUDI-wallet van een gebruiker?

Alleen geregistreerde relying parties kunnen gegevens opvragen uit de EUDI-wallet van een gebruiker. Onder CIR (EU) 2025/848, die op 6 mei 2025 werd vastgesteld, moet een relying party zich registreren bij de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat van vestiging voordat walletdata kan worden opgevraagd. Niet-geregistreerde partijen kunnen geen legitieme gegevensverzoeken naar de wallet sturen.

Bij registratie geeft de relying party per intended use aan welke attributen en attestaties worden opgevraagd. Een verzoek dat buiten deze geregistreerde scope valt, kan door de wallet worden geweigerd en kan gevolgen hebben voor de registratie. Dit betekent dat organisaties vooraf nauwkeurig moeten definiëren welke gegevens zij voor welk doel nodig hebben.

Het is van belang te onderscheiden dat een leverancier die walletdata technisch namens een klant verwerkt, daardoor niet automatisch zelf relying party wordt. De registratieplicht ligt bij de organisatie die de dienst aan de eindgebruiker levert.

Relying parties omvatten een breed scala aan sectoren. Overheidsinstanties zoals belastingdiensten, zorgaanbieders en gemeentelijke diensten kunnen identiteitsattributen opvragen voor toegang tot diensten. Organisaties uit de private sector, waaronder banken, verzekeraars, telecomproviders en online platforms, kunnen eveneens als relying party worden geregistreerd. Micro- en kleine ondernemingen met minder dan 50 medewerkers en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €10 miljoen zijn uitgezonderd van de private acceptatieplicht onder artikel 5f.

Wanneer een relying party een verzoek indient, toont de wallet informatie over wie er vraagt en op welke juridische grondslag. Gebruikers kunnen zien of de verzoekende organisatie geregistreerd is voordat ze besluiten iets te delen. Het register van wallet-relying parties is een apart instrument ten opzichte van de nationale trusted lists waarop uitgevers van attestaties worden opgenomen. Deze twee registers mogen niet worden verward.

Organisaties die actief zijn in financiële dienstverlening of bij de overheid behoren tot de eerste sectoren die naar verwachting zullen integreren met het EUDI-wallet-ecosysteem, mede vanwege hun bestaande regelgevende verplichtingen rondom identiteitsverificatie.

Hoe beschermt de EUDI-wallet tegen het overmatig verzamelen van persoonsgegevens?

De EUDI-wallet beschermt tegen overmatige gegevensverzameling door gegevensminimalisatie op technisch niveau af te dwingen. Relying parties kunnen alleen de specifieke attributen opvragen waarvoor ze zijn geregistreerd, en gebruikers kunnen elk verzoek dat verder gaat dan noodzakelijk afwijzen of beperken. De wallet staat geen bulkgegevensoverdrachten of open toegang tot de attestatie-opslag van een gebruiker toe.

Verschillende mechanismen werken samen om overmatige verzameling te voorkomen:

  1. Verzoeken op attribuutniveau: Relying parties moeten precies aangeven welke gegevensvelden ze nodig hebben, in plaats van een volledig document op te vragen.
  2. Gebruikersgoedkeuring per interactie: Elke gegevensdeling vereist expliciete goedkeuring van de gebruiker, zodat er geen staande toestemming is die herhaalde of automatische toegang mogelijk maakt.
  3. Geen centrale gegevensopslag: Gegevens blijven op het apparaat van de gebruiker en worden alleen verzonden op het moment van delen. Er is geen centrale database die organisaties kunnen raadplegen.
  4. Wettelijke grenzen: Onder Verordening (EU) 2024/1183 zijn relying parties wettelijk verplicht alleen te vragen wat proportioneel en noodzakelijk is voor hun opgegeven doel.
  5. Transactieoverzicht voor gebruikers: Gebruikers kunnen een overzicht van eerdere gegevensdelingen bekijken, wat hen inzicht geeft in wat er is gedeeld en de mogelijkheid biedt om onverwachte of buitensporige verzoeken te signaleren.

Samen maken deze lagen het structureel moeilijk voor organisaties om meer gegevens te verzamelen dan waarvoor ze zijn geregistreerd. Walletgebruik is bovendien vrijwillig: artikel 5a van Verordening (EU) 2024/1183 beschermt gebruikers uitdrukkelijk tegen benadeling wanneer zij geen wallet gebruiken.

Wat betekent toestemmingsgebaseerd delen voor organisaties die EUDI-wallet-attestaties accepteren?

Voor organisaties die EUDI-wallet-attestaties accepteren, betekent toestemmingsgebaseerd delen dat ze geverifieerde, door de gebruiker goedgekeurde attributen ontvangen in plaats van zelfverklaarde informatie of niet-geverifieerde kopieën van documenten. Dit verhoogt de kwaliteit en betrouwbaarheid van de ontvangen gegevens, maar legt ook duidelijke verplichtingen op over hoe die gegevens mogen worden gebruikt.

Organisaties moeten hun processen op verschillende manieren aanpassen. Ze moeten nauwkeurig definiëren welke attributen ze nodig hebben voor elke gebruikssituatie, zich registreren als relying party conform CIR (EU) 2025/848, en ervoor zorgen dat hun systemen technisch in staat zijn attestaties te ontvangen en te verwerken via de protocollen OID4VCI en OID4VP. Ze moeten ook hun gegevensbeheer afstemmen op het principe van gegevensminimalisatie, omdat ze de gegevens alleen mogen gebruiken voor het doel dat in het verzoek is vermeld.

Verificatie van een gepresenteerde attestatie beperkt zich niet tot het controleren van de cryptografische handtekening van de uitgever. Een volledige verificatie omvat drie afzonderlijke controles: verificatie van de handtekening van de uitgever tegen de relevante nationale trusted list, samengebracht in de EU List of Trusted Lists (conform ETSI TS 119 612), controle van de intrekkingsstatus via statusinformatie van de uitgever, en verificatie van de wallet unit attestation waarmee wordt vastgesteld dat de presenterende wallet draait op een gecertificeerde wallet solution. Alleen de eerste controle kan volledig offline plaatsvinden.

De voordelen zijn reëel. Geverifieerde attestaties verminderen het frauderisico, stroomlijnen de onboarding en elimineren de noodzaak voor handmatige documentcontroles. Voor sectoren zoals de gezondheidszorg en financiële dienstverlening, waar identiteitsverificatie zowel cruciaal als zwaar gereguleerd is, biedt de EUDI-wallet een betrouwbaarder en efficiënter alternatief voor huidige methoden. Organisaties in de gezondheidszorg kunnen de wallet gebruiken om de identiteit van patiënten te bevestigen, terwijl financiële instellingen kunnen voldoen aan KYC-vereisten met geverifieerde, door de gebruiker goedgekeurde attributen. Daarbij geldt dat de juridische grondslag voor de verwerking los staat van de goedkeuring in de wallet: bij wettelijke KYC-verplichtingen is de verwerkingsgrondslag doorgaans een wettelijke verplichting.

Wat betreft acceptatieplicht: publieke instanties moeten vanaf 24 december 2026 genotificeerde EUDI-wallets accepteren voor onlinediensten waarvoor elektronische identificatie vereist is. Voor relevante gereguleerde private sectoren, waaronder banken, verzekeraars, telecomproviders en gezondheidszorgaanbieders, geldt de acceptatieplicht onder artikel 5f vanaf 24 december 2027. Micro- en kleine ondernemingen zijn van deze private verplichting uitgezonderd.

Hoe de ID Connector van TrustTech de integratie van EUDI-wallet-attestaties ondersteunt

De ID Connector van TrustTech is een integratie waarmee relying parties elke gecertificeerde Europese wallet accepteren, ongeacht de lidstaat van uitgifte, voor identificatie, login en gekwalificeerd tekenen. Acceptatie van de EUDI-wallet staat voorop; via dezelfde koppeling lopen ook andere identiteitsmiddelen, zoals nationale eID’s, bank-ID’s en identiteitsdocumenten, binnen en buiten de EU.

De oplossingen van TrustTech sluiten direct aan op de technische en juridische vereisten die in dit artikel worden beschreven. Concreet ondersteunt de ID Connector:

  • Verificatie van uitgevershandtekeningen tegen nationale trusted lists, samengebracht in de EU List of Trusted Lists
  • Controle van de intrekkingsstatus van attestaties via statusinformatie van de uitgever
  • Validatie van de wallet unit attestation om vast te stellen dat de presenterende wallet draait op een gecertificeerde wallet solution
  • Bewaking van de geregistreerde attributenscope, zodat verzoeken binnen de grenzen van de CIR (EU) 2025/848-registratie blijven
  • Verwerking van selective disclosure-presentaties in mdoc- en SD-JWT VC-formaat via OID4VP
  • Hergebruik van geverifieerde identiteitsdata voor onboarding en doorlopende authenticatie
  • Gekwalificeerd tekenen via een aangesloten gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten (QTSP)

De ID Connector is relevant voor organisaties in financiële dienstverlening, gezondheidszorg, farmacie en overheid die zich voorbereiden op de acceptatieverplichtingen van 24 december 2026 en 24 december 2027. Neem contact op met TrustTech om te bespreken hoe de ID Connector aansluit op jouw situatie.